HIV

Algemeen

Wat?

HIV is een retrovirus. Dit wil zeggen dat het RNA bevat en dat het een gastheer nodig heeft om van diens cellen gebruik te maken om DNA aan te maken. Alleen zo kan het virus zich vermenigvuldigen.

Afweersysteem

Elke mens bezit een afweersysteem. Dit afweersysteem bestaat uit specifieke cellen die verantwoordelijk zijn voor het bieden van bescherming tegen binnendringende ziekteverwekkers. De cellen kunnen een onderscheid maken tussen lichaamseigen stoffen en lichaamsvreemde stoffen. Hierdoor zijn ze instaat de lichaamsvreemde stoffen aan te vallen en uit te scheiden. Ook bezitten de cellen een geheugen, ze zullen onthouden met welke lichaamsvreemde stoffen ze al te maken hebben gehad en welke antistoffen ze nodig hebben om aan te vallen.

Besmetting met HIV

Men kan besmet geraken door in contact te komen met Hiv-geïnfecteerde cellen of door vrij circulerend virus in een aantal lichaamsvochten.

  • Seksuele transmissie

Dit is de belangrijkste transmissieweg: via sperma of vaginale secretie. De kans op besmetting door eenmalig seksueel contact met een seropositieve partner wordt vaak geschat op 1 kans op 50 tot 500.

Wanneer men al een besmetting heeft met andere seksueel overdraagbare aandoeningen met ulcera, zou de transmissie van HIV in beide richtingen bevorderen. Er is dan al en letsel aanwezig waardoor HIV gemakkelijker wordt doorgegeven.

  • Contact met bloed en bloedderivaten

In bepaalde landen is er nog steeds een kans dat men besmet geraakt met HIV via bloedtransfusie. Ook via plasma is de transmissie van HIV mogelijk. Er bestaat wel een techniek om het plasma te behandelen zodat het virusvrij is, maar dit wordt nog lang niet in alle landen gebruikt. Dit maakt het aankopen van plasma ook twee keer zo duur.

Besmetting via naalden is ook een belangrijke transmissieweg. We denken hierbij aan prikaccidenten in de gezondheidszorg of bij het uitwisselen van naalden bij intraveneus druggebruik.

  • Transmissie van moeder naar kind

Elk kind van een seropositieve moeder dat men test na de geboorte zal seropositief testen. Toch wil dit niet zeggen dat het kind seropositief is. De kans op overdracht van het virus op kind is afhankelijk van het stadium waarin de moeder zich bevindt. Hoe verder zij geëvolueerd is, hoe hoger de kans op transmissie. Er is aangetoond dat de behandeling met bepaalde medicatie tijdens de zwangerschap, de bevalling en de eerste weken na de geboorte, het besmettingsrisico kan verlagen. De besmetting kan op 3 manieren gebeuren: tijdens de zwangerschap via de placenta, tijden de bevalling door kleine wondjes die ontstaan en na de bevalling via borstvoeding.

Wat gebeurt er na de besmetting?

Wanneer het virus in het bloed terecht komt, gaat het zich hechten aan de cellen die verantwoordelijk zijn voor het afweersysteem, het wordt de gastheercel van het virus. Het virus komt in de gastheercel vrij, waar het gebruik zal maken van de cel om zijn RNA om te zetten naar DNA. Nieuwe gevormde HIV cel komt vrij. De gastheercel zal uiteindelijk afsterven.

Door het afsterven van deze gastheercellen, wordt het afweersysteem aangetast. Hierdoor krijgt men gemakkelijker infecties. Ook cellen die al met verschillende infecties te maken hebben gehad en hierdoor een afweer hadden verworven, sterven af. Dit wil zeggen dat ook eerder doorgemaakte ziektes terug kunnen uitbreken.

Diagnosestelling

Het bloed wordt gecontroleerd op antistoffen die het lichaam aanmaakt tegen het virus. Het is wel belangrijk te weten dat er tussen de dag van de besmetting en 6 maanden het mogelijk is dat het lichaam nog geen antistoffen heeft aangemaakt. Men kan een eerste test uitvoeren, maar het is noodzakelijk om 6 maanden na de mogelijke besmetting nog een test uit te voeren.

Behandeling

De huidige medicatie is enkel in staat het vermenigvuldigingsproces te vertragen. Men kan patiënten met HIV besmet nog steeds niet genezen. Men spreekt dus van een Anti-retrovirale therapie.

Gevolgen van HIV

Doordat HIV het afweersysteem vernietigt, gaan er infecties optreden. In het begin van de HIV infectie treden er vooral klassieke infecties zoals op. Hoe verder de HIV infectie het afweersysteem beschadigd duiken er ook opportunistische infecties op. Deze worden meestal veroorzaakt door micro-organismen die bij een verminderde afweer ziekte veroorzaken.

Opportunistische infecties kunnen zijn:

Parasitaire infecties:

  • Peumocystose
  • Toxoplasmose
  • Cryptosporidium diarree

Schimmelinfecties

  • Candida-infecties
  • Cryptococcose

Bacteriële infecties

  • Tuberculose
  • Pneumonie
  • Bacteriëmie
  • Gingivitis
  • Otitis media
  • Sinusitis
  • Gastro-enteritis
  • Huidinfecties

Virale infecties

  • Cytomegalovirus infecitie
  • Herpes-simplex-virus-infectie
  • Gordelroos